English French German Portuguese Spanish

Regelmatig word ik benaderd met de volgende vraag.
"Ik moet op school een spreekbeurt houden, kunt u mij helpen?"

Hieronder wat gegevens welke te gebruiken zijn bij een werkstuk of een spreekbeurt.

Wat zijn slangen?

Slangen zijn reptielen, net als krokodillen, hagedissen, kameleons, varanen, leguanen en schildpadden
Reptielen zijn koudbloedige dieren en moeten altijd warmte krijgen daar ze zelf geen warmte kunnen maken. Dit krijgen ze in de natuur vaak via de zon.
Reptielen komen dus niet voor op de Noord- en Zuidpool.
Daar is het veel te koud.
Slangen vallen op door een aantal kenmerkende eigenschappen, het zijn lange, slanke dieren zonder poten, oogleden en oorschelpen. Hun lichaam is bedekt met stevige, waterdichte schubben.
Ze hebben een gevorkte tong waarmee ze lucht ruiken en proeven.
Ze hebben geen oren maar kunnen wel horen via de trillingen welke door het lichaam worden gevoeld.
Slangen zijn roofdieren.
Ze eten andere dieren, veelal kleine knaagdieren en slikken hun prooi heel door.
Er zijn zo'n kleine 3000 verschillende soorten slangen, waarvan er 20% giftig is. De helft daarvan is in staat mensen te doden.
De langste slangen ter wereld zijn de anaconda en de netpython, welke beide zo'n 8 á 9 meter kunnen worden.
De kortste slang ter wereld is ongeveer 10 á 12 cm lang.
Slangen worden 15 tot 30/40 jaar oud afhankelijk van de soort en lengte.

spreekbeurtfoto1

Hoe zien slangen eruit?

Slangen kun je qua vorm vergelijken met een tuinslang. Ze hebben een kop, een langgerekt lichaam en een staart.
Misschien heb je wel eens een skelet van een slang gezien?
Slangen hebben een ruggengraat die zich langs het hele lichaam uitstrekt met daaraan honderden ribben.
In het lichaam is niet veel ruimte daarom zijn organen als het hart, longen, nieren en lever langgerekt. Maag en darmen zijn zeer bewegenlijk en elastisch.
De kaken hebben een elastische verbinding zodat ze een zeer grote prooi kunnen eten.
De staart dient soms voor de balans maar vaak om er iets mee vast te houden.
Verder heeft de slang enorm veel spieren waarmee het een prooi kan wurgen en zich kan voortbewegen.
spreekbeurtfoto2De huid van de slang.

Een slang heeft een geschubde huid.
De huid geeft behoorlijk mee wanneer de slang beweegt of eet. De schubben bestaan meestal uit een hoornachtige stof die keratine heet.
De ogen van de slang zijn bedekt met een heldere, blaasvormige schub die de ogen beschermen en 'bril' wordt genoemd.
De kleur van de slang verschilt enorm. Er zijn zwarte slangen maar ook witte slangen De meeste slangen danken hun kleur aan pigmenten in hun schubben.
Er zijn ook pigmentarme slangen, deze slangen zien er spierwit uit. Dit wordt leucistic genoemd.
Jonge slangen vervellen om de 3 á 4 weken en volwassen slangen vervellen zo'n 6 keer per jaar. Alleen als er een nieuwe huid met schubben onder de oude huid is gegroeid vervellen slangen.
De slang kruipt uit zijn vel en dit gebeurt in één keer. Als je een slangenvel ziet, is het altijd binnenstebuiten.
Als een ratelslang vervelt blijft er een stukje aan het eind van de staart achter en wordt de ratel weer iets groter.

Hoe eet de slang?

Bij het zoeken naar een prooi maakt de slang gebruik van zijn tong, omdat hij niet zo goed kan zien en horen.
Veel slangen jagen op hun prooi, een aantal slangen jagen niet maar liggen te wachten op hun prooi.
De beste tijd om te jagen is de schemertijd. Dan komen de meeste knaagdieren te voorschijn.
Welk voedsel ze eten en hoe ze hun prooi vangen, hangt af van de grootte, de soort en waar ze leven. Er zijn slangen die alleen slakken eten en slangen die alleen de eieren van vogels en reptielen eten. Enkele slangen eten andere slangen.
Slangen verteren hun voedsel langzaam en kunnen lange tijd zonder eten.
De meeste slangen hebben korte, scherpe, naar achteren gerichte tanden.
Deze zijn geschikt om een prooi te pakken en vast te houden, niet om een prooi in stukken te hakken. Gifslangen hebben enkele grote tanden, de giftanden.
Deze zitten voor of achter in de bek.
Als de slang bijt, stroomt gif door de holle giftand waardoor de prooidier wordt gedood. Alle slangen slikken de prooi met de kop naar voren in.
Grote hoeveelheden slijm zorgen ervoor dat de prooi verder naar binnen glijdt.
Als een slang een grote prooi doorslikt beweegt de luchtpijp naar voren in de bek, zodat de slang geen problemen krijgt met ademhalen.
De luchtpijp ligt onder in de bek.

spreekbeurtfoto3

Wurg- en gifslangen.

Er zijn 2 soorten slangen
- wurgslangen
Deze slangen doden hun prooi door verwurging. De prooidieren stikken en worden daarna opgegeten.
Als een wurgslang een prooi vast heeft wikkelt hij zich zo snel mogelijk er omheen.
Elke keer als de prooi uitademt maakt de slang zijn omwikkeling strakker totdat de prooi dood is.
- gifslangen
Deze slangen gebruiken gif om hun prooidieren te doden. Nadat ze gedood zijn, worden opgegeten.
Zij slaan gif op in hun kop.
Als de gifslang met zijn grote tanden in een prooi bijt, zorgt de gifblaas dat het gif via de tanden in de prooi komt en gaat deze dood. Er zijn ongeveer 700 soorten giftige slangen.
Slechts de helft hiervan is in staat een mens te doden.
Om te voorkomen dat mensen dood gaan aan een slangenbeet verzamelt men gif van slangen om tegengif (serum) te maken.
Het gif wordt verzameld door een slang door het deksel van een pot te laten bijten. Iemand die het gif opvangt wordt wel gifmelker genoemd.

Voortplanting.

Mannetjes en vrouwtjes lijken meestal op elkaar, maar vrouwtjes zijn meestal groter. De meeste slangen leggen eieren en sommige baren volledig ontwikkelde jongen.
Slangen die eieren leggen zijn rattenslangen, melkslangen, cobra's, pythons en natrixsoorten (ringslangen).
Zij leggen de eieren op een veilige, warme, vochtige plek, bijvoorbeeld onder een rottende boomstam, in zandige grond of onder een steen.
De zon zal het verder regelen. Per keer worden er 4 tot 40 eieren gelegd.
Een paar slangen kennen broedzorg en blijven bij hun eieren om ze te beschermen.
Deze slangen liggen gerold om de eieren en bewaken de temperartuur en de vochtigheid.
Als de jongen uit hun eieren komen, gaan de jonge slangen direct hun eigen leven leiden.
Moeder slang toont dan geen zorg meer voor haar kroos.
De schaal van een slangenei is stevig en leerachtig, niet zo hard en breekbaar als de schaal van een vogelei.
Een slangeneieren zijn niet waterdicht en om te voorkomen dat ze uitdrogen, worden ze op een vochtige plek gelegd.
De meeste slangeneieren zijn wit.
Slangen die volledig ontwikkelde jongen baren zijn de boa's, ratelslangen, kousenbandslangen en de meeste zeeslangen.
Deze slangen noemt men levendbarend.
Er kunnen 4 tot 60 jongen tegelijk geboren worden.

Slangen in Nederland.

In Nederland komen 3 soorten slangen voor, de adder, de ringlang en de gladde slang. Al deze slangen zijn beschermde dieren. Je mag ze dus niet vangen of doden.
Ze zijn niet gevaarlijk voor mensen.
De adder is een gifslang, maar niet geheel ongevaarlijk voor mensen. Ze zal alleen dan bijten, indien het in een bedreigde situatie komt.
Ze komen voornamelijk voor in droge gedeelten van veengebieden en heidevelden.
De adder is te herkennen aan de donkere zigzaglijn op de rug.
De ringslang is een slang welke leeft van amfibiëen, vissen, slakken en regenwormen . Ze leven voornamelijk bij water. Aan beide kanten van de kop heeft de ringslang een witte of oranjekleurige vlek waaraan het zijn naam dankt. De gladde slang is een wurgslang en komt voornamelijk voor op heidevelden, open plekken in het bos en bosranden. Deze slangen hebben een donkerbruine streep die vanaf de neusgaten dwars door het oog tot in de nek loopt. Deze soort is vrij zeldzaam.
Er is ook een hagedissensoort welke men soms voor een slang aanziet. Het is de hazelworm, een pootloze hagedis.
Dit dier is ongevaarlijk

spreekbeursfoto4

De slang als huisdier.

Op dit moment wordt de slang door veel mensen als huisdier gehouden.
Je houdt ze in een terrarium. Een soort aquarium maar dan zonder water.
Je richt zo'n bak in met planten, stenen en hout.
Verder moet je zorgen voor een verwarmingsbron, een lamp, een kabel of een verwarmingsmatje.
Elke slang stelt zijn eigen eisen zodat je wel moet weten hoe het klimaat is waar het dier vandaan komt
Tegenwoordig worden veel slangen gekweekt en niet meer uit de natuur gevangen.
De zeldzame slangen zijn daarom ook beschermd en mogen slecht met een vergunning (CITES) gehouden worden.

Veel gegevens vind je
Ook in een bibliotheek of via kennisnet vindt je veel informatie

Je neemt mee naar school

- een echte of plastic slang
- een slangenvel
- boeken en platen van slangen.
- eventueel een muis indien mogelijk

Dat wordt een mooie spreekbeurt


Gerard Heijnen
leerkracht basisschool "De Banier", Zwartemeer.

Indien je nog meer weet, zodat ook anderen dit kunnen gebruiken, laat me het weten.
Ik zal het dan zo spoedig mogelijk op deze site plaatsen.
Stuur je aanvullingen of opmerkingen door middel van een e-mail.